Normale "Nederlandse koffie" wordt gebrouwen door koffie te mengen met warm water, vaak gemaakt met een traditioneel koffiezetapparaat. Dit is een zeer eenvoudig proces. "Gewone koffie" betekent meestal een kleine kop koffie met een theelepel, suiker en een kleine hoeveelheid melk of room. Espresso kan worden gemaakt met dezelfde koffiebonen. Echter wordt er voor het maken van espresso vaak een kwalitatief betere koffiesoort gebruikt - meestal Arabica. Deze koffiebonen moeten voor de espresso fijner worden vermalen dan wat nodig is voor de gewone koffie. Dit moet omdat er voor het brouwen van een espresso een andere, bijzondere techniek wordt gebruikt.

De espresso wordt gemaakt door de koffie gecomprimeerd in een dichte "puck" (de portafilter) te tampen. Vervolgens wordt er warm water (ongeveer 90-93 graden celcius) door de portafilter gedrukt onder hoge druk (tussen 9 en 15 bar). Dit proces moet tussen de 25 en 30 seconden duren, zodat het water lang genoeg in contact is met de koffie. Wanneer dit proces langer dan 30 seconden duurt zal de espresso een verbrande smaak meekrijgen.

Een espressomachine handhaaft de juiste temperatuur van het water en regelt de druk en de duur van de winning. Dit kan niet worden bereikt op het fornuis. Als resultaat heeft espresso een veel intensere smaak dan gewone koffie. Dit is de reden waarom espressokopjes klein zijn. De normale portie espresso wordt bereid met ongeveer 8 gram gemalen koffie. Een portie van 14 gram noemen wij een dubbele espresso, de Italianen noemen dit een een doppio (Italiaans voor "dubbel"). Er wordt geen melk of room gebruikt bij het maken van een espresso. Wel kan deze worden gezoet met suiker indien gewenst.

Cappuccino en latte dranken worden gemaakt met espresso en melk. Het onderscheid hier is dat in cappuccino "opgeschuimde" melk wordt gebruikt (dit wordt gemaakt met behulp van stoom). Deze melkschuim, of "microfoam" heeft ongeveer twee keer het volume van de oorspronkelijke melk.
In latte wordt de melk wordt slechts "gestoomd" (verwarmd) hierdoor ontstaat er een klein laagje schuim). Dit gebeurt ook met behulp van stoom maar er wordt een andere techniek toegepast.

Voor een cappuccino beginnen we met gelijke porties van espresso en melk. De melk wordt dan "opgeschuimd" totdat het ruwweg het dubbele volume heeft van de melk. Dit kan worden gedaan met het stoompijpje van de espressomachine of het kan worden geklopt in een apart kannetje. De melkschuim wordt dan uitgegoten over de espresso. (Als de espresso in de melkschuim wordt gegoten, dan is de drank een "latte macchiato.")
Bij het maken van melkschuim kan het beste koude magere of halfvolle melk worden gebruikt.

Voor de latte, beginnen we met twee keer zoveel melk als espresso. De melk wordt vervolgens verhit (maar niet opgeschuimd) naar 100-105 graden celcius met behulp van het stoompijpje. De warme melk en espresso worden dan samen worden in een beker of een kopje gegoten.
Optioneel kan in poedervorm chocolade en / of kaneel worden gestrooid op de top van een drankje. Dit is een kwestie van persoonlijke smaak.